Ruimtevaart: van de Europa-raket tot Spacelab

Mede door Eggers’ inzet ontwikkelde ERNO Raumfahrttechnik GmbH zich tot een kerncentrum van de ruimtevaart in Duitsland. Er werd gewerkt aan de Europa-draagraket (derde trap) en later aan voorbereidend werk voor ARIANE. Samenwerkingspartners waren NASA, ESRO/ELDO en de DFVLR; tot de gasten in Bremen behoorden Wernher von Braun en ELDO-secretaris-generaal generaal Aubinière.

De Spacelab-opdracht van 1974

Overhandiging van de ESRO-opdrachtverklaring bij de Spacelab-mockup, 7 juni 1974
Overhandiging van de ESRO-opdrachtverklaring bij de Spacelab-mockup, 7 juni 1974

Na het mislukken van Europa III stortte in Bremen de hele draagrakettensector in; ERNO kromp van 1.400 naar 800 medewerkers en vocht voor zijn bestaan. In die situatie zette het bedrijf alles op het Europese ruimtelaboratorium Spacelab. Eggers – inmiddels voorzitter van de raad van commissarissen van ERNO en technisch directeur van VFW-Fokker – ondertekende de offerte persoonlijk en wees Hans E. W. Hoffmann aan als projectleider. Hoffmann herinnerde zich later dat het de enige keer was dat hij meemaakte dat „Professor Eggers mit der Faust auf den Tisch geschlagen und gesagt hat: Sie machen das!” („professor Eggers met de vuist op tafel sloeg en zei: U doet het!”).

Op 5 juni 1974 koos de Europese ruimtevaartorganisatie ESRO VFW-Fokker/ERNO als hoofdaannemer voor het Spacelab-programma – tegen de grotere concurrent MBB. De opdrachtwaarde bedroeg 180 miljoen rekeneenheden, omgerekend 579 miljoen DM. Het onder leiding van NASA ingezette ruimtelaboratorium vloog vanaf 1983 aan boord van de Space Shuttle en betekende Europa’s entree in de bemande ruimtevaart – een mijlpaal waaraan Eggers een beslissend aandeel had.

Spacelab bestond uit twee hoofdcomponenten: de druk geregelde module waarin de astronauten werkten (in een lange en een korte variant), en het onbemande pallet voor experimenten die rechtstreeks aan de ruimte werden blootgesteld. Door de ontwikkeling moest ERNO zich intensief verdiepen in menselijke factoren in de ruimtevaart – van levensondersteunende systemen en ergonomie tot de gevolgen van gewichtloosheid voor het menselijk lichaam.

Het programma omvatte 22 missies tussen 1983 en 1998; de eerste missie (STS-9/Spacelab 1) werd gelanceerd op 28 november 1983 met de Duitse astronaut Ulf Merbold aan boord.

Betekenis

Ondertekening van het Spacelab-contract in Parijs, 30 september 1975 – links prof. Gerhard Eggers
Ondertekening van het Spacelab-contract in Parijs, 30 september 1975 – links prof. Gerhard Eggers

De door Eggers mede gegrondveste Bremer ruimtevaartlijn bestaat tot op de dag van vandaag: uit ERNO ontstond via MBB/ERNO en Daimler-Benz Aerospace uiteindelijk de Bremer vestiging van Airbus Defence and Space, waar o.a. de Ariane-boventrappen en de Europese Columbus-module van het ISS werden gebouwd – in directe opvolging van Spacelab.

Verbinding met Human Health and Performance

De technische ontwikkeling van Spacelab legde de infrastructurele basis voor de Europese bemande ruimtevaart. Het huidige werk op het gebied van Human Health and Performance bouwt daar rechtstreeks op voort: waar ERNO de hardware en systemen voor mensen in de ruimte ontwikkelde, richten moderne organisaties als DocSWISS en Eudippa zich op de gezondheid, prestaties en risicobeoordeling van astronauten.

Die verbinding is ook familiaal: Eggers’ kleindochter Kristina Anne Sabine Stange werkt vandaag precies op dit terrein – Human Health and Performance Risk Qualification – en brengt haar expertise in in de ethiek van Eudippa, dat met DocSWISS samenwerkt in ruimtevaart en luchtvaart. Familie & privéleven

Volgend station: VFW-Fokker en pensioen (1970–1998)

Laatst bewerkt op July 4, 2026.
WordPress Appliance - Powered by TurnKey Linux